Slakken
Slakken vormen een vervelend probleem voor vele tuiniers. Onverwacht kunnen ze zeer veel schade aanrichten. Een echt effectieve controlemethode hebben we als giftvrije tuiniers nog niet in petto. Het combineren van enkele maatregelen levert toch wel aardige resultaten op.
Dier
Slakken zijn weekdieren zoals mosselen en oesters. Ze zijn koudbloedig en tweeslachtig, hun lichaam bevat veel water en is overdekt met slijm. Poten hebben ze niet, ze bewegen zich traag voort op hun buik. Naargelang ze al dan niet een schelp meedragen, maken we onderscheid tussen naaktslakken en huisjesslakken. Huisjesslakken zijn weinig schadelijk en eten bovendien eieren van naaktslakken. Deze laatste bestaan in alle maten van minder dan 1 cm tot 5 of 6 cm.
Slakken zorgen voor het opruimingswerk in de natuur. Eigenlijk eten ze alles, van dood organisch materiaal, overlevende planten, tot kleine diertjes. Hun natuurlijke vijanden zijn egels, spitsmuizen, vogels (merels, lijsters, spreeuwen,
ook eenden en kippen), kikkers en padden, reptielen (hagedissen, ringslangen
en hazelwormen), sommige insecten (loopkevers, vliegenlarven, glimwormen, libellenlarven) en enkele spinnen (o.a. de hooiwagen).
Slakken voelen zich alleen goed in vochtige omstandigheden. Aan droogte blootgesteld droogt hun slijmlaag en bijgevolg hun lichaam uit. Behalve bij regenachtig weer verbergen ze zich overdag onder planten en aardkluiten, vooral in gras, grachtkanten, gazon of onkruidrijke plaatsen. 's Nachts rukken ze dan uit.
Ook composthopen kunnen slakkenparadijzen zijn. Met het risico dat men met de compost ook slakken in de tuin uitstrooit. In de buurt van wachthoop en composthoop zet u dus best slakkenvallen als men problemen vreest.
Naaktslakken leven 9 tot 12 maanden. Een slakje kan 500 eitjes leggen. Bij vochtig zomerweer en in afwezigheid van natuurlijke vijanden kan dat tot spectaculaire aangroei leiden. De eitjes zijn klein en wit doorschijnend. Ze worden in hoopjes van 20 tot 30 gedeponeerd. Naargelang de temperatuur van de omgeving duurt het weken tot maanden vooraleer ze uitkomen.
Schade
Naaktslakken vreten aan de bladeren van vrijwel alle groenten. Ze bijten niet, maar raspen gaten. Op die manier kunnen ze hele planten ten gronde richten. Langs de gemaakte wonden krijgen ook schimmels en bacteriën vrij entree. Dikwijls, maar niet altijd, laten ze ook slijmsporen achter.
Hoewel ze van geen enkele groente vies zijn, hebben slakken toch een duidelijk voorkeur voor zachte plantedelen. Ze zijn verzot op alle jonge kiemplanten: in zaai- of plantbedden kunnen ze ware ravages aanrichten. Ze zijn ook gek op sla, andijvie, kolen, komkommer, meloen, aardbeien, radijs, pompoen en rode biet. Oogstklare gewassen, die niet meer verder groeien, vormen ook een geliefde vreetplaats. Opvallend is dat de vreterij zeer onregelmatig en grillig is: niet aan alle planten, en vaak onverwacht.
Preventie
Om slakkenschade te voorkomen of te beperken zijn er verschillende mogelijkheden. Tijdens vochtige periodes combineert u best een aantal van die methodes.
- Teeltmaatregelen
Hoe dichter een graskant bij de percelen ligt, hoe gemakkelijker slakken van daaruit uw percelen kunnen bereiken. Vooral in hoog gras en onkruid vinden ze uitstekende schuilplaatsen. Ook onder tuinafval houden ze zich schuilend. De tuin proper houden en niet overal afval laten rondslingeren is dus zeker een nuttig maatregel.
Op droge grond hebben slakken het moeilijker om zich te verplaatsen. Door herhaaldelijk hakken droogt het bovenste laagje uit.
Mulchen speelt dan weer helemaal in de kaart van de slakken. Als men slakkenproblemen vreest, houdt u de mulchlaag best aan de dunne kant of laat men die gewoon weg.
Naast de ' de wilde' natuurlijke vijanden, zijn er ook de kippen en de eenden, die slakken lusten. Zo mogelijk kan u voor het zaaien of planten een perce