Mijn eigen paradijs
Tuinieren is voor mij geen werk, maar bouwen aan een droom. Ik weet dat al dat zwoegen, slepen, snoeien, wieden en maaien bijdraagt aan de creatie van een eigen paradijsje, een stukje grond dat barst van het groen en dat ik van de natuur in bruikleen heb gekregen.
Wat mooi is en wat lelijk, doet er in een tuin gewoon niet toe; evenmin of deze klein of groot is. Schoonheid laat zich moeilijk ontleden. Het gras is immers mooi omdat het groen is, de plavuizen van het terras zijn bovenal praktisch en de tuin is mooi omdat het een geheel geworden is. Ik heb mijn eigen invulling gegeven aan de mij toegemeten ruimte.
Mijn tuin is door mij ontworpen. Dit ontwerp is de basis van de tuin. In de loop van de jaren krijgt de tuin echter steeds meer een eigen karakter. De regie is aan de natuur. Bomen, heesters en vaste planten houden zich in een tijdsbestek van tien jaar niet aan het gekende groeitempo. De een gaat een stuk sneller en de ander staat jaren achtereen te kwarren.
Een van vakantie meegebrachte plant krijgt een ereplaatsje, omdat die plant de herinnering levend houdt aan die ene bijzonder geslaagde vakantie.
In mijn geval was het een variant op een kamerplant, maar dan een veredelde, met prachtig gekleurd blad:
Tradescantia pendula. Deze stond in de schaduw van een grote regenput in een vervallen Bretonse tuin. Hij was prachtig! In die tuin was alles heel erg groen, zoals het alleen in Bretagne groen kan zijn na een winterlang regen en mist. Varens, mossen gedijen er als de spreekwoordelijke goden in Frankrijk.
Een stekje van deze kamerplant staat nu in mijn tuin. Hij doet het er goed genoeg.
Van dit soort bijzondere planten zijn er meer planten die de tuin bevolken zonder ooit onderdeel te zijn geweest van het oorspronkelijke plan. Deze planten zijn van een andere orde, zij dienen een hoger doel, zij vertegenwoordigen van wat was en nooit meer zal komen.

Zo geeft een van een verre vriendin gekregen stekje een hoekje iets speciaals, iets eigens dat de plant ontstijgt. Een bij de geboorte van een zoon of dochter geplante boom wordt met extra zorg omringd. En als voor de oude poes op een nacht de wereld ophoudt te bestaan, wordt ze in een geur van rozen begraven.
Een dergelijke tuin wordt mooi gevonden vanwege de harmonieuze inrichting maar wordt gekoesterd om de in planten gevatte herinneringen.
In de drukte van het dagelijkse bestaan neemt deze tuin een bijzondere plaats in: dat is immers de plek waar de lawaaiige buitenwereld moet wijken voor de stilte en de beslotenheid van de eigen geschapen ruimte van de tuinier.
Auteur: Bram Wolthoorn, redacteur De Tuingids
Website:
http://www.wolthoorn.nl
Bron: Uitgeverij Groenboekerij –
www.groenboekerij.be