"Over kleuren en smaken twist men niet" is een gezegde dat zeker steek houdt bij de beschrijving van de kleur van het hostablad. De meeste bladeren zijn groen, doch in diverse schakeringen, waarin elkeen wel een andere nuance vaststelt. Van niet-groene hostabladeren wordt de kleur soms omschreven als "blauw" of als "goud", waarbij ook weer meerdere interpretaties mogelijk zijn. Om dan maar te zwijgen van het omschrijven van de kleur van de gestreepte en gevlekte hostabladeren die zowel groene, blauwe, gele als witte gebieden hebben en die vaak nog verschillen per blad van eenzelfde plant. Tenslotte is er ook het fenomeen bij een aantal Hosta's van de kleurwisselingen die plaats vinden in de loop van het seizoen en waarbij de omschrijving dus verschilt naargelang het tijdstip.
Als basisregel geldt dat hostabladeren een groene kleur hebben. Reden hiervan is dat, zoals bij andere planten, het pigment dat zich in de groene delen bevindt (chlorofyl) vanuit het zonlicht, dat alle kleuren van de regenboog bevat, het rood en blauw licht absorbeert en enkel het groen licht weerkaatst, dat dus zichtbaar blijft. Om te kunnen overleven hebben bladeren nood aan voldoende bladgroen. Vandaar dat er in het wild enkel groene soorten aangetroffen worden en er bij de bontbladige cultuurvariëteiten, die gekweekt worden omwille van hun sierwaarde, steeds een minimale hoeveelheid groen zal moeten voorkomen. Volledig witte Hosta's zul je dus nooit aantreffen omdat de plant wegens het ontbreken van groene bladkorrels (chloroplasten) niet zal kunnen overleven.

Een plant gebruikt deze chloroplasten om het zonlicht op te vangen en hierbij water (H2O) en koolstofdioxide (CO2) om te zetten in koolhydraten (vormen van CH2O) en in zuurstof (O2).
Dit proces wordt fotosynthese genoemd.
Het water, dat de planten via hun wortels uit de bodem halen, wordt samen met het via de huidmondjes van het blad aanwezige koolzuurgas omgezet naar koolhydraten (suikers), waarbij ook zuurstof geproduceerd wordt. Tijdens het ademen verbruiken planten ook zuurstof, doch veel minder dan ze produceren tijdens deze fotosynthese, zodat er voldoende zuurstof ter beschikking gesteld wordt van de overige levende wezens op deze planeet.
Naast deze bladgroenkorrels of chloroplasten, die verantwoordelijk zijn voor het produceren van glucose (of suikers), bevinden er zich in plantencellen nog andere plastiden, die elk hun eigen taken hebben. Eén ervan zijn pigmentloze plastiden (de leukoplasten), die aangetroffen worden in de kleurloze gedeeltes van de plant en die tijdens de fotosynthese verantwoordelijk zijn voor het omvormen van de suikers in eiwit, vet en zetmeel en deze ook opslaan.
Chromoplasten zijn nog een andere soort plastiden, die aan de bloemen en vruchten van de planten hun gele, oranje of rode kleur bezorgen.
De kleur van het hostablad wordt voornamelijk bepaald door de groene plastiden (chloroplasten). Indien er andere kleuren voorkomen in het blad wordt dit veroorzaakt door andere pigmenten uit andere plastiden. De kleur wordt bepaald door de plaats waar de plastiden zich bevinden in het groeipunt van de zich ontwikkelende plant.
In het groeipunt of meristeem zijn drie verschillende cellagen betrokken. Uit de buitenste laag (L1) ontstaat de opperhuid (epidermis), die vooral de bladrand bepaalt. Indien er zich in deze laag gekleurde plastiden bevinden, kan dit leiden tot een gekleurde bladrand. Het centrale bladgedeelte wordt bepaald door de tweede laag (L2) terwijl de onderste laag van het groeipunt (L3) slechts in beperkte mate bijdraagt tot de ontwikkeling van de bladcellen. Het centrum van het blad kan dus gekleurd zijn indien er in deze twee lagen gekleurde plastiden voorkomen. Omdat plastiden zich van de ene laag naar de andere laag kunnen verplaatsen (chimere herschikking) kan er een gestreepte Hosta onts