| De natuur aan banden gelegd.
|
|
|
In tijden dat de economie het blijkbaar matig goed doet en dit vertaald wordt in het blijven uit de grond rijzen van industriezones en het blijven aanleggen van nieuwe invalswegen wordt de natuur automatisch aan banden gelegd. Je kan het ook voorzichtig optimistisch bekijken en stellen dat elke weg door een natuurgebied zorgt voor twee natuurgebieden...
Maar de natuur, of moet ik zeggen de natuurlijke groei, kan ook op een positieve manier aan banden gelegd worden. Enerzijds kan dit gebeuren vanuit experimenteel of sierlijk oogpunt en anderzijds als werkbevorderlijke situatie.
Experimenteel
Alle bomen en struiken hebben van nature uit hun eigen ontwikkelingsprofiel. Korte stam met ruim vertakte kruin, ranke lange stam met overhangende takken, compacte groei met weinig vertakkingen,... Je moet maar eens rondkijken in je eigen tuin of de open natuur en je kan zo een opsomming geven van verschillende groeiwijzen. Zowel voor de professionele kweker als voor de particulier is het soms een uitdaging om met een bepaalde struik of boom iets te proberen wat niet in de natuurlijke lijn ligt van deze of gene soort. Voor het welslagen hiervan is een kennis van de betreffende plant van belang, om kunnen in te schatten hoever men kan gaan en meestal is het ook aangeraden hier aan te beginnen met een zo jong mogelijke plant. Waar je uitkomt... misschien bij een nieuwe stijl, misschien bij een verdienstelijke poging. Denk in dit verband maar eens wat men tot op heden heeft kunnen realiseren met Buxus en Ligustrum, gaande van meetkundige figuren en dierenmodellen tot lantaarns en korte woorden voor wat betreft de tweede.
Sierwaarde
Een tweede werkwijze waarbij men kan spreken van een aan banden gelegde natuur is de toepassing als extra sierwaarde. Het meest gekende voorbeeld hiervan is het gebruik van de Tilia Plathyphyllos of Leilinde. De lindeboom die de sterkste kruinontwikkeling kent, vooral wat betreft het aantal vertakkingen. En het is net een ruim aantal vertakkingen die je nodig hebt om goed van start te kunnen gaan. Maar goed van start kunnen gaan begint reeds veel eerder, namelijk met het vormen van een goed en stabiel leidraadsysteem. Als je rondkijkt langs Vlaamse wegen kom je alle soorten creaties tegen.
Bijvoorbeeld:
Metalen palen tot 4 m lengte, met door de palen een spandraad op verschillende hoogtes.
Houten tuinpalen tot 4 m lengte, eveneens van draad voorzien. Of soms worden deze palen verbonden met dakbedekkingslatten (pannenlatten), of met bamboestokken van 2 m.
Afzonderlijke modellering bestaat ook: op een houten paal van gewenste hoogte wordt een driehoekig frame voorzien, hetzij in bamboe of met pannenlatten, en dit met een horizontale opvulling in functie van het aantal takken dat men wil afleggen.
Ook al gezien zijn de combinaties: metalen palen met draad en op deze draad worden dan nog eens de juist vernoemde driehoeken gemonteerd.
Een laatste model dat mij tot op heden intrigeert, want ik beschrijf hier allemaal bestaande modellen die ik zie op de weg, is de truc met de dubbele driehoek. Twee op draad gespannen driehoeken waarbij de ene iets verder vertrekt dan de andere en ze zo mekaar half overlappen en dit wordt om de drie meter herhaald.
Nu, elke tuinier of particulier zal wel zo zijn of haar eigen redenen hebben om dit of dat frame te hanteren maar enkele kanttekeningen lijken mij niet overbodig:
Werk met een stevig frame. Investeer in goed en degelijk materiaal. Je werkt hier immers met bomen, die toch de bedoeling hebben er jaren en jaren te kunnen gedijen. Te vaak wordt hierbij dan vergeten dat deze bomen ook toenemen in gewicht en stamontwikkeling. Je frame mag na enkele groeiseizoenen of de eerste storm geen knieval maken.
Werk zoveel het kan met rond materiaal. Alle vernoemde materialen kunnen dus, op de pannenlatten na. Bij leibomen is het immers de bedoeling dat de takken er rond gedraa |
|
|
|
|